Besloten testversie
Zie het verschil, zeg het verschil
Log in met de gegevens die je van Marieke hebt gekregen.
Tijdens de testfase worden je stappen, antwoorden en feedback opgeslagen onder jouw testaccount, zodat de training verbeterd kan worden. Zet nergens echte gegevens van patiënten, cliënten, burgers of leerlingen in.
Jouw feedback
Hoort bij het scherm waar je nu bent. Alles is welkom — groot of klein.
🐛 Werkt niet
❓ Onduidelijk
💡 Idee
👍 Compliment
Versturen
Sluiten
Dank je wel. Je feedback is opgeslagen.
✕
Hulpkaart
Houd deze kaart bij alle oefeningen bij de hand.
🖨 Print de hulpkaart
De driehoek
Elk gesprek met een AI-assistent heeft drie onderdelen. Je bedoeling : wat je echt nodig hebt. Je opdracht : wat je letterlijk typt. Het resultaat : wat je terugkrijgt. Die drie zijn bijna nooit precies gelijk — een verschil is normaal. De vaardigheid is: het verschil opmerken, en er precies over zijn.
De plekvraag
Stel bij elk verschil één vraag: stond het in de opdracht?
Nee → het verschil zit tussen bedoeling en opdracht. Er miste een eis.
Ja → het verschil zit tussen opdracht en resultaat. De opdracht is niet gevolgd.
Het is geen schuldvraag — het is een plekvraag.
Zes namen voor een verschil
Naam Wat het is
Omvang Te veel of te weinig: langer, korter of meer punten dan gevraagd. „Ik vroeg drie zinnen, ik kreeg drie alinea’s.”
Toon De tekst klinkt anders dan past bij de lezer of het doel. „Dit leest als een brief van een advocaat — het is een berichtje aan een collega.”
Structuur Een andere vorm dan gevraagd: een verhaal in plaats van een lijst, geen kopjes, geen stappen. „Ik vroeg een stappenplan, ik kreeg één lange alinea.”
Ontbrekende eis Iets dat je nodig had, stond niet in je opdracht — en dus ook niet in het resultaat. „Het tijdstip ontbreekt. Maar ik had er ook niet om gevraagd.”
Verkeerde aanname Het resultaat gaat uit van iets dat jij niet hebt gezegd en dat niet klopt. „Het doet alsof de deadline al voorbij is. Dat is niet zo.”
Verzonnen inhoud Er staat iets dat in geen enkele bron staat: een datum, naam of feit. „Die datum van 1 mei komt nergens vandaan.”
De verschilzin
Drie delen: wat klopt niet — waar staat het — wat moet daar in plaats daarvan staan .
Vaag: „Maak het wat professioneler.”
Precies: „De aanhef ‘Hoi team!!’ past niet bij deze boodschap (toon). Maak ervan: ‘Beste collega’s,’.”
De vinger-test: kun je de plek met je vinger aanwijzen? Zo niet, dan is je zin nog niet precies genoeg.
Vermijd goed, fout, beter, mooier, professioneler — die woorden zeggen niet wát er moet veranderen.
Sjabloon 1 — de startopdracht
Doel: [wat moet de tekst bereiken, en voor wie?]
Context: [wat moet de AI weten om dit goed te doen?]
Instructies: lengte · toon · moet erin · mag er niet in
Toon-voorbeeld (optioneel): [één zin die klinkt zoals jij het wilt]
Sjabloon 2 — de vervolgopdracht
Pas alleen [de plek] aan.
Het probleem: [naam van het verschil] — [één zin uitleg].
Maak ervan: [wat er moet staan].
Laat de rest van de tekst ongewijzigd.